Project DIVACOX : Ontwikkeling van diagnostische hulpmiddelen voor de bestrijding van Q Fever. Afdrukken E-mail

Duur van het project

Startdatum : 01/07/2010
Einddatum : 30/06/2013

Operationele Directie

Bacteriële ziekten

Rol van het CODA-CERVA in this project

Coordinateur

PRESENTATIE

coxiella burnettiIn dit project willen we de diagnose van de Q koorts aanpakken. Deze bacteriële zoönose wordt veroorzaakt door Coxiella burnetii die vele soorten wilde en tamme dieren (herkauwers, knaagdieren, honden en katten, vogels, teken) alsook de mens kan aantasten.

Studies die CODA-CERVA en ARSIA in 2007 en 2008 hebben uitgevoerd bevestigden de verwachting dat de ziektekiem van Q koorts in Belgische fokkerijen aanwezig is.

De incidentie van de ziekte wordt beslist onderschat, zowel bij herkauwers als bij de mens (60 % asymptomatische gevallen). Zoals andere bacteriën bezit Coxiella. sp twee verschillende antigenische vormen : een virulente fase (phase I) en een minder virulente (phase II) die tijdens een infectie beide aanwezig zijn. Analyse van de serologische respons tegen de ene of de andere fase bepaalt of de ziekte chronisch of acuut is. Deze bijzonderheid bemoeilijkt de diagnose van de ziekte.

De ziekte manifesteert zich bij fokdieren door voortplantingsstoornissen (abortus, vroeggeboorte). Bij de mens uit de acute vorm van Q Koorts zich over het algemeen door alleenstaande koortsepisoden, pneumonie of hepatitis, die goed reageren op een antibioticabehandeling en meestal zonder ernstige gevolgen genezen.
Bij bepaalde patiënten met belastende factoren (hartklepaandoening, verzwakt immuunsysteem, zwangerschap) komt de infectie moeilijk onder controle waardoor ze chronisch wordt en meer medische verzorging vereist.

De besmetting van dier en mens gebeurt via de lucht. De bron van deze aerosol is abortusmateriaal. Huisdieren (honden en katten) kunnen besmet raken door misgeboorten te verorberen. Voor de algemene bevolking is besmetting via de voeding (rauwe melk, kaas of melk) niet duidelijk vastgesteld en kan dit risico als te verwaarlozen worden beschouwd. Aan de risicopopulatie (bijvoorbeeld personen onder corticoïdenbehandeling, zwangere vrouwen) wordt aangeraden geen rauwe melk te drinken.

De diagnose van de ziekte gebeurt hoofdzakelijk serologisch door ELISA en een indirecte immunofluorescentietechniek (IFI). De gebruikte antigenen voor deze tests zijn bacteriën die op embryonale eieren of op cellen zijn gekweekt . Het doel van dit project is het in vivo werk te omzeilen en technische alternatieven te vinden voor de productie van specifieke antigenen.

Dankzij infectiemodellen die door CODA-CERVA op cellen en knaagdieren worden ontwikkeld kunnen wij eveneens de efficiëntie van de vaccins en de virulentie van de in ons land circulerende stammen evalueren. Vanuit deze modellen zullen wij twee belangrijke aspecten van de diagnose kunnen verfijnen : kwantificering van de bacterie door real-time PCR en meting van de leefbaarheid van de bacterie in stalen.

ALGEMENE INFORMATIE

- Wetenschapper verantwoordelijk voor dit project

- Team

- Intern partners

- External partners

  • UCL (Patrice Soumillion)
  • Centre d'économie rurale (Alfred Collard)

- Financieringsbron