Afdrukken E-mail

Enzootische ziekten : rol van het CODA-CERVA in dit thematiek

Newsletter CODA-CERVA - enzootische ziektenEnzootische ziekten zijn ziekten die aanwezig zijn of waren in de dierpopulatie van een land en daar een constant economisch verlies of ongemak kunnen of hebben veroorzaken. Enzoötie is een ziekte die gekenmerkt wordt door een stabiele incidentie, dat betekent dat de ziekte geregeld voorkomt in een bepaalde regio, met een beperkte variatie van het aantal zieke dieren in de tijd. Eenmaal de ziekte is uitgeroeid kan zij weer opflakkeren in een epizoötische vorm (vb : ziekte van Aujeszky of BTV), of in een enzoötische vorm (vb : Brucellose) afhankelijk van de betrokken kiem.Om deze ziekten te bestrijden of onder controle te houden werd in België een netwerk uitgebouwd. Het CODA-CERVA speelt een centrale rol van supervisie en coordinatie voor de diagnose en epidemiologische bewaking in dit netwerk samen met het FAVV dat de logistieke bewaking van de dierengezondheid bepaalt, en de FOD, die het wettelijk kader bepaalt.

Het Coördinatie Centrum voor de Diergeneeskundige Diagnose (CDD) dat deel uitmaakt van de Operationele Directie Interacties & Bewaking van het CODA-CERVA vervult deze centrale rol. De andere partners in de diergeneeskundige diagnose zijn de praktijkdierenartsen en de regionale laboratoria voor dierengezondheid, DGZ en ARSIA voor wat de veld- en eerstelijnsdiagnose betreft. Interne partners in het CODA-CERVA zijn de referentielaboratoria voor de betrokken ziekten en de eenheid Coördinatie van de Diergeneeskundige Diagnose - Epidemiologie en Risico Analyse (CDD-ERA). Samen verzorgen zij de kwaliteitscontrole van de diagnostische testen voor de officiële dierziektenprogramma's. De diagnostische kwaliteit van de op de Belgische markt aangeboden loten van testen wordt gecontroleerd vooraleer ze voor het gebruik toegelaten worden. Er worden interlaboratoriumtesten georganiseerd om de kwaliteit van de diagnose voor heel België te borgen. De referentielaboratoria staan in voor het aanleveren van referentie materiaal en het bevestigen van positieve en twijfelachtige resultaten van DGZ en ARSIA. Het CDD-ERA is ook verantwoordelijk voor de epidemiologische ondersteuning en de risicoevaluatie.

Het CDD-ERA helpt het FAVV bij het opstellen van de jaarlijkse bestrijdingsprogramma's. In 2011 werden opvolgingsprogramma's voor Salmonella, tuberculose, brucellose, aviaire Influenza, blauwtong (BTV), bovine leucose en de ziekte van Aujeszky georganiseerd. Zo worden de bestaande bestrijdings- of vaccinatieprogramma ondersteund en naargelang de resultaten bijgestuurd. Dit kan leiden tot een aanpassing van een bemonsterings- of vaccinatieschema of finaal tot de officiële vrijverklaring van België voor een bepaalde ziekte. Dit gebeurde in 2011 voor de ziekte van Aujeszky.

Sinds 2009 wordt een jaarlijkse winterscreening georganiseerd. Via deze screening worden blauwtong (BTV), IBR, Q-fever, BVD, para-tuberculose en neosporose opgevolgd. De juiste prevalentie van een ziekte wordt bepaald of het nut van een toekomstig bestrijdingsprogramma onderzocht.

Naast deze jaarlijks terugkomende bewakingsprogramma's werd dit jaar ook ingespeeld op acute noden op het terrein. Samen met het referentielaboratorium voor IBR en BVD werd een voorstel uitgewerkt om de veranderde situatie op het terrein voor beide ziekten te bepalen. Voor IBR werd door een grondige evaluatie van de diagnostiek en een risico-evaluatie een ondersteunend onderzoeksprogramma voorgesteld. Voor BVD zal een eerste verkennende studie gemaakt worden. Het belang om proactief te werken wordt eveneens hieronder geïllustreerd.

Place of CODA-CERVA in the diagnosis of animal diseases