Afdrukken E-mail

Evolutie in het genotype van de Belgische schapenpopulatie door selectie naar resistentie tegenover klassieke scrapie (2006-2011) : selectieprogramma


Sinds 2004 werd door het EFSA (European Food Safety Authority) een selectief fokprogramma geïntroduceerd naar het ARR/ARR genotype om klassieke scrapie uit te roeien (EFSA, 2006). Ook werd immers aangetoond dat het ARR-fokprogramma effectief is tegen BSE (Hunter, 2003).

Tot nu toe zijn echter maar weinig data gekend betreffende het effect hiervan in Europa. Enkel in Nederland werd naast de afname van het aantal scrapie gevallen al een duidelijke daling van de prevalentie van gevoelige dieren gerapporteerd en een stijging van het resistente ARR haplotype tot 55% in de schapenpolulatie in 2008 (Hagenaars et al., 2010).

Effect van het selectieprogramma in België


Het selectieprogramma naar resistentie tegenover klassieke scrapie is er in geslaagd de frequentie van het ARR haplotype in de BelgischeNewsletter CODA-CERVA - schapen schapenpopulatie sterk te doen stijgen tussen 2006 en 2011. Dit heeft er mogelijks toe bijgedragen dat er sinds mei 2007 geen positieve gevallen in België meer werden gedetecteerd, hoewel dit moeilijk met zekerheid is te zeggen gezien we niet over gegevens beschikken van voor 2006. Wel is de trend in België gelijkaardig met de afname van het aantal klassieke scrapie gevallen over geheel Europa en toename aan resistente genotypen (Gubbins en McIntyre, 2009; Slate, 2009; Hagenaars et al., 2010).

Niet onbelangrijk is het feit dat er na de ingang van het selectieprogramma in 2004 vooral atypische scrapie gevallen gediagnosticeerd werden in België. Van de in totaal 78 scrapie gevallen in België sinds 1992, waren 9 (11,5%) gevallen atypisch (Nor98), en werd het eerste geval gedetecteerd in 2002. Van de 9 laatste scrapie gevallen in België waren dus 8 gevallen atypisch, waaronder 2 in ARR/ARR schapen. Nochtans zou het ARR- schaap zeker niet meer gevoelig zijn aan atypische scrapie, wat daarentegen eerder zou voorkomen in de AF141RQ, AL141HQ en AL141RQ (Benestad et al., 2008).

Tot nu toe is het AF141RQ haplotype, dat meest geassocieerd is met vatbaarheid voor atypische scrapie, in de door ons geanalyseerde stalen zeldzaam. Dit zou ons een goede voorspelling kunnen geven van de resistentie tegenover atypsiche scrapie in de huidige Belgische schapenpopulatie. Het laatste geval van atypische scrapie in België dateert dan ook van 2007.


Invloed van Ras

Zoals eerder aangehaald heeft ook het ras invloed op de het voorkomen van resistente genotypen, met de Swifter als het hoogst scrapie resistent profiel (58% ARR/ARR) (McIntyre et al., 2010). De in België meest voorkomende Texelaar vertoont tot nu toe een matige aanwezigheid van ARR/ARR (54%) maar wel een hoog percentage ARR haplotype (92%), wat aantoont dat de Texelaar een goed potentieel heeft wat scrapie resistentie van de toekomstige populatie betreft.