Afdrukken E-mail

Over het voorkomen van Q Fever bij geiten in België en onderzoek op Coxiella burnetii isolaten

 

Coxiella burnetii is de intracellulaire, gram negatieve bacterie die aan de basis ligt van Q fever, een infectie die zowel bij dieren als bij de mens ziekte kan veroorzaken (zoönose). De kiem komt zowat overal ter wereld voor, behalve in Nieuw-Zeeland. Bij kleine herkauwers, de belangrijkste bron van infectie van de mens, leidt Q Fever tot verminderde vruchtbaarheid en verwerpingen, waarbij de kiem massaal (> 1 miljoen bacteriën per gram placenta !) vrijkomt. Het zijn stof en aerosols van opgedroogde C. burnetii bacteriën die door de mens via de ademhaling worden opgenomen. Een infectie kan onopgemerkt verlopen, aanleiding geven tot griepachtige symptomen of ernstigere pneumonie en leveraandoeningen, maar in chronische gevallen ook aanleiding kan geven tot hartaantasting.

 

Newsletter CODA-CERVA_QFeverIn de periode 2007 tot 2011 heeft Nederland een ernstige uitbraak van Q Fever gekend waarbij in totaal meer dan 4100 ziektegevallen bij mensen geregistreerd werden. Vermoedelijk lag een aanhoudend verhoogde densiteit van geitenboerderijen en een daarmee gepaard gaand aantal verhoogde abortusgevallen bij deze dieren aan de basis van dit probleem. Bovendien werd gesuggereerd dat de circulerende C. burnetii stam bijzonder virulent zou zijn, wat de grootte van de uitbraak in Nederland mee zou kunnen verklaren. Om deze reden werden ook in België de autoriteiten met Q Fever geconfronteerd en raakte het CODA als NRL met onderzoek naar Q Fever en C. burnetii betrokken.

 

 

De projecten waarover hier gerapporteerd wordt, hadden als doel de prevalentie van C. burnetii bij geiten in België te schatten, de C. burnetii isolaten moleculair te karakteriseren en modellen te ontwikkelen die toelaten om de virulentie van de isolaten te bestuderen.

 

Prevalentie van Coxiella Burnetii

Om de prevalentie te kunnen schatten, werd een representatief aantal bedrijven geselecteerd waarvan tussen december 2009 en januari 2013 maandelijks of tweemaandelijks tankmelk werd genomen voor ELISA en PCR analyse. Een bedrijf werd als positief voor Q Fever bestempeld indien ten minste het PCR resultaat positief was, d.w.z. dat er C. burnetii genoom aangetoond kon worden. In deze periode werden tot maximaal 27% van de bedrijven (februari 2010) positief bevonden, maar in de regel waren minder dan 10% van de bedrijven positief. Na de verplichte vaccinatie van positieve bedrijven vanaf juni 2011 lijkt het aantal bedrijven waarop C. burnetii kon worden aangetoond, af te nemen.

 

Newsletter CODA-CERVA_QFever Omdat er in sommige melkstalen voldoende genomisch DNA aanwezig was, kon hierop onmiddellijk een moleculaire typering worden uitgevoerd. Hieruit bleek dat ten minste drie varianten van C. burnetii aanwezig waren in de Belgische geitenpopulatie, en dat één ervan gelijk was aan het Nederlandse C. burnetii isolaat.

 

Estimation de la virulence de Coxiella Burnetii

Het CODA heeft in vitro modellen (infectie van cellijnen en van muis) uitgewerkt die de studie van de virulentie van de C. burnetii stammen mogelijk maakt.


C. burnetii is een strikt intracellulaire kiem, wat de cultuur ervan en experimentele studies sterk bemoeilijkt. Voor de isolatie van C. burnetii moet een staal (melk of placentaweefsel) immers een passage ondergaan in muis en vervolgens in geëmbryoneerde eieren. Een telling van C. burnetii en een schatting van levende t.o.v. dode bacteriën gebeurt door middel van een EMA-PCR die op het CODA met succes werd ontwikkeld.

 

Als infectiemodel werden cellijnen (rundermacrofagen SV40 en menselijke carcinomacellijnen HeLa) uitgetest, evenals de infectie van BALB/c muizen. Groei in de cellijnen werd aangetoond door RT-PCR; voor de groei van C. burnetii in muizen werden het milt- en lungvolume, een serologische reactie en RT-PCR als testen gebruikt. Onze resultaten tonen aan dat C. burnetii goed in deze modellen groeit en dat de beschikbare testen zullen toelaten om hun gedrag in cellijnen en muizen op te volgen.

 

Contactpersonen bij het CODA voor dit onderwerp :


Referenties

Mori, M., Boarbi, S., Michel, P., Bakinahe, R., Rits, K., Wattiau, P., Fretin, D., 2013, In vitro and in vivo infectious potential of Coxiella burnetii: a study on Belgian livestock isolates. Accepted in PLOS ONE.