Afdrukken E-mail

Aviaire influenza : een bewegend target

Aviaire influenza (of vogelpest) blijft actueel en zal dit blijven om verschillende redenen. Een van de redenen is dat het reservoir van alle influenza's te vinden is in de wilde vogelpopulatie waarvan deze nooit uitgeroeid zal kunnen worden. Het virus circuleert hier als een niet pathogene vorm (LPAI) die, als hij overgedragen wordt naar gedomesticeerd pluimvee (in dit geval van hoendervogels) zich kan ontwikkelen tot een zeer pathogene(HPAI) vorm die een hoge mortaliteit kan veroorzaken in de pluimveehouderij.

 

H7N7Enkel de virussen LPAI van de subtypes H5 en H7 zijn in staat om in circulatie te evolueren naar deze hoog pathogene vorm.Als de opsporing en de uitroeing niet vlug geimplementeerd wordt,kunnnen deze virussen die van in het begine en epizootisch karakter hebben, zich verankeren in bepaalde regio's en enzootisch worden. Hieraan wordt het zoonotische potentieel toegevoegd (transmissie van pluimvee naar mens) van alle influenza's in continue evolutie. Op deze manier ontstond ook het H5N1 virus begin jaren 2000 in zuid-west Azië en nog steeds aanwezig is in verschillende landen zoals Bangladesh, China, Egypte, Indonesie, Vietman en nog steeds op regelmatige wijze humane slachtoffers maakt. Een ander voorbeeld is het HPAI H7N3 virus dat opdook in Mexico in 2012 en hier nog steeds aanwezig is ondanks de uitroeings maatregelen die genomen werden en in het begin van dit jaar terug opdook in talrijke boederijen in Mexico.

 

In de context van intensivering van de pluimveehouderij en de globalisatie van de internationale uitwisseling, is er nood aan een continue controle naar influenza op het terrein en een wereldwijde onophoudelijke waakzaamheid door de diergeneeskundige diensten. Vanuit dit oogpunt, heeft de Belgisch-Nederlands HPAI H7N7 epizootie van 2003, en in het bijzonder de enorme kost van zijn uitroeing die nog vers in het geheugen ligt, de surveillance systemen in ons land, evenals in de ons omringende EU-landen aanzienlijk versterkt. Zo werd begin dit jaar LPAI H7N7 ondekt in landbouwbedrijven in Duitsland en Nederland alsook een positieve serologie in België, wat de continue introductie van LPAI virussen naar pluimvee en het risico van circulatie in landbouwbedrijven aangeeft.

 

H7N9

Een laatste actueel voorbeeld, is het influenza virus van het H7N9 subtype dat recent voor de eerste keer opdook bij de mens in Shangai, in maart 2013, en tot op heden heeft geleid tot 36 bevestigde overlijdens (volgens WHO van 22 maart 2013).
Voorlopige en dit volgens de chinese autoriteiten, zouden meer dan 135 personen de ziekte hebben opgelopen, onder de geregistrede gevallen sinds maart 2013, waarvan 46 ernstig bleken te zijn. De virulentie van dit subtype is hoog bij de mens, hij doodt binnen de 15 dagen één geval op vijf, en de morbiditeit overschrijdt deze van de Aziatische HPAI H5N1. Gelukkig is er tot op heden geen enkele interhumane transmissie vastgesteld, dit is essentieel voor een influenza virus om pandemisch te worden. Verbazingwekkend is dat het virus in tegenstelling tot H5N1 zwak pathogeen voor pluimvee(LPAI), wat de rol van het pluimvee als reservoir in vraag stelt en de bewaking naar het virus bemoeilijkt, daar de kadavers van vogels geïnfecteerd met het Aziatische HPAI H5N1 virus als merkers fungeerden. Het tot op heden lage detectieniveau van het virus bij pluimvee, met slechts een tiental positieve pluimveemarkten en geen enkel positief industrieel pluimveebedrijf is een ander merkwaardig feit.
De genetische analyses tonen aan dat het virus zijn oorsprong vindt in de genetisch reassortering (uitwisseling van genomische segmenten) van 4 virussen die gecirculeerd hebben bij pluimvee en wilde vogels waarvan twee H9N2 stammen in het bijzonder, subtypes die enzootisch werden in verschillende regio's in Azië.

 

Deze situatie herinnert ons aan het in 2009 opgedoken pandemische H1N1 virus, dat het mexicaans of varkens virus werd genoemd naar zijn geografische of genetische origine, respectievelijk. Geconfontreerd met dit nieuw pandemisch risico, heeft de internationale gemeenschap zich opnieuw gemobiliseerd en de netwerken die aktief waren in het kader van H5N1 terug geactiveerd om voor een brede aanpak van de bedreiging. Zo heeft het CODA in nauwe samenwerking met het WIV , de nodige middelen verworven om vroegtijdig het virus op te sporen bij dier en mens en deel te nemen aan het internationale expertise netwerk: OFFLU dat werelwijd de experten bijeenbrengt van de wereld gezondheidsorganisatie (WHO), de wereld dierengezondheids organisatie (OIE), de voedsel en landbouw organisatie van de Verenigde Naties (FAO) en de nationale referentie laboratoria, en zo het nieuwe credo "one world, one health" toe te passen die opgestart werd tijdens de epidemie van H5N1 in jaren 2000.

 

Contactpersoon bij het CODA voor dit onderwerp : Mieke Steensels