Afdrukken

Evolutie in het genotype van de Belgische schapenpopulatie door selectie naar resistentie tegenover klassieke scrapie (2006-2011) : Genotypering

Drie polymorfismen zijn gekend: het alanine (A) tot valine (V) polymorfisme aan codon 136, het arginine (R) tot histidine (H) polymorfisme aan het codon 154 en het glutamine (Q) tot arginine (R) of histidine (H) polymorfisme aan codon 171 (Hunter et al., 1993; Belt et al., 1995; Hunter et al., 1996; Smits et al., 1997; Elsen et al., 1999; Baylis et al., 2004). De haplotypes voor deze drie codons worden aangegeven met de drielettercode gevormd door de aminozuren aanwezig op deze drie codons in volgorde (vb VRQ). De combinatie van de twee haplotypes vormt het genotype van het dier.

In Belgie komen slechts 5 haplotypes voor ARR, ARQ, ARH, AHQ en VRQ (Roels et al., 2004). Samen vormen ze 15 mogelijke genotypes (zie figuur) waarvan het ARR/ARR genotype tot de hoogste resistentie tegenover scrapie leidt, gevolg door de ARR/xxx heterozygoten (Hunter et al., 1996; Elsen et al., 1999). Dit met uitzondering van ARR/VRQ aangezien het VRQ haplotype overeenkomt met de hoogste vatbaarheid (Baylis en Goldmann, 2004). In onderstaande figuur wordt de evolutie in de frequentie van voorkomen van genotype gedurende het selectie programma in België (2006-2011) weergegeven. De genotypes zijn onderverdeeld in 5 groepen volgens een dalende resistentie aan scrapie.

scrapie 600 x 392


Bijkomend werd in 1998 een atypische vorm van scrapie ontdekt in Noorwegen (Benestad et al., 2003). Deze Nor98 werd sindsdien in meerdere Europese landen beschreven, alsook in België (Buschmann et al., 2004; De Bosschere et al., 2004; Fediaevsky et al., 2008). De genetische resistentie tegenover Nor98 is echter verschillend van de klassieke scrapie en gebaseerd op een leucine (L) tot fenyllanine (F) polymorfisme op het codon 141 (Moum et al., 2005).

Dieren met ARR/ARR genotype kunnen dus in principe wel vatbaar zijn voor atypische scrapie (De Bosschere et al., 2007). Dit wordt genoteerd in het genotype door F141 of L141 toe te voegen aan het haplotype: vb AF141RR. Tot nu toe werd reeds een verhoogde vatbaarheid voor atypische scrapie genoteerd in de haplotypes ARQ en AHQ, respectievelijk AF141RQ en AL141HQ (Lühken et al., 2007; Saunders et al., 2006; Moreno et al., 2007). Het is tot nu toe echter onduidelijk of Nor98 een overdraagbare aandoening is of het eerder om een sporadische bevinding gaat.